Op 4 mei werd begonnen met de aanleg van ons vierde kunstgrasveld. We zijn nu bijna twee maanden verder. Komende week is het karwei zo goed als af!
Al in eerder bericht wezen we op de toch wel historische betekenis van dit feit. In 1956 begon Spartaan’20 op drie nieuwe grasvelden aan de Oldegaarde. Met alle nieuwe woningen op Zuid in die jaren, groeide de vereniging enorm en nam de druk op de accommodatie toe. De huidige generatie kan zich er nauwelijks meer iets bij voor te stellen, maar destijds moest door vrijwel alle groepen worden getraind op een zogenoemd ‘koolas’ veld(je)’, een soort gravel. De grasvelden waren vooral bestemd voor alleen wedstrijden, want anders was er na de winter geen gras meer over.
De ontwikkeling van het voetbal, van beter en meer trainen zette in de jaren zeventig en tachtig door en de situatie op onze accommodatie werd onhoudbaar. In 1986 leidde dat tot de aanleg van het eerste wedstrijd-kunstgrasveld ter wereld aan de Oldegaarde.
‘Spekkoper’ waren we ermee volgens de media. De ‘hele wereld’ kwam kijken naar het gebruik van dit veld, de grote clubs en landen gingen mee in de ontwikkeling. Maar wat voor onze vereniging het belangrijkste was: er kon eindelijk door veel meer groepen volwaardig worden getraind én het veld was ook altijd bespeelbaar voor wedstrijden. Deze verbetering van de accommodatie droeg er mede toe bij dat we vanaf midden jaren tachtig een nieuwe groeiperiode doormaakten, in voetbalkwantiteit én kwaliteit.
Het duurde tot na 2000 -eerst kwamen natuurlijk ook andere clubs aan de beurt- voordat het intussen versleten veld werd vervangen. Maar kunstgras werd zeker voor de (grotere) amateurverenigingen meer en meer een uitkomst. Anders dan vroeger wil elke groep minstens tweemaal per week trainen, dus red je het niet met één zo’n veld. Wij kregen in de loop der jaren een tweede (2014) en derde (2018) kunstgrasmat en nu was dus het laatste echte grasveld aan de beurt. De ontwikkelingen in het voetbal en de wensen in onze vereniging vroegen erom. Optimale trainingscapaciteit voor elke groep én verdere groei van de vereniging met bijvoorbeeld ook de doorontwikkeling van het meidenvoetbal. Het bestuur heeft hard gelobbyd bij de Gemeente Rotterdam voor het veld en het voor elkaar gekregen, een groot compliment.
Het vierde veld is komende week klaar en wat dit betreft kunnen we trainend en voetballend optimaal de toekomst tegemoet. Natuurlijk, er zijn en blijven onder ons ‘echte grasliefhebbers’. Anders dan in bijvoorbeeld het tophockey, heeft het topvoetbal niet de definitieve omslag naar kunstgras gemaakt en is er voorlopig op dat niveau weer een veranderde trend. Maar bedenk ook: vrijwel alle internationals van nu zijn ooit gestart bij een club en deels ‘groot geworden’ door mede hun opleidingsjaren op kunstgras… Spartaan’20 heeft er zeven afgeleverd die nu op het WK acteren, dus gehinderd heeft het hun voetbalontwikkeling zeker niet.






